Feedback

Feedback is altijd beter dan confrontatie en eerlijkheid is altijd beter en leerzamer dan betekenisloze vriendelijkheid.

Om feedback te krijgen moet je goed kunnen luisteren.

Om feedback te geven moet men de persoon begeleiden en hem/haar niet beoordelen.

Voor het geven van goede feedback moet je achter je HEG uitkomen:

  • H – Handelingen. De dingen die de persoon goed of slecht doet moet worden geĆ«valueerd.
  • E – Effect. Het gevolg van deze handelingen moet worden aangegeven.
  • G – Gewenst resultaat. De manieren waarop de persoon de dingen beter kan doen.

Positieve feedback is van toepassing op situaties waarin de persoon goed heeft gepresteerd.

Complimenten, maar ook aangeven waarom de persoon goed heeft gepresteerd.

Constructieve feedback geeft aan hoe de persoon het een volgend keer beter zou kunnen doen.

Gebruik hierbij tact en gebruik de HEG.

Negatieve feedback, dat wil zeggen dat men alleen maar aangeeft wat er verkeerd ging. Destructief en vaak het einde van het huwelijk. Dit soort feedback benoemt negatief gedrag zonder een alternatief.

Slechte feedback leidt tot een afwerende of confronterende houding en is gericht op wie de schuld heeft. Het leidt niet tot verbeterde vaardigheden en ondermijnt het zelfvertrouwen en eigenwaarde. De persoon weet niet meer wat hem te doen staat en de persoon voelt zich veroordeeld.

Goede feedback leidt tot vertrouwen en samenwerking en is gericht op verbetering of mogelijkheden daarvoor. Het leidt tot toename van vaardigheden en het vergroot het vertrouwen in het eigen potentieel en de eigen kwaliteiten. Het verduidelijkt precies wat iemands positie is en wat iemand te doen staat en de persoon voelt zich geholpen.

Feedback is onze eerste bron van kennis, ontwikkeling en motivatie.

  • gebruik positieve feedback voor opbouw van zelfvertrouwen en motivatie
  • gebruik constructieve feedback om capaciteiten op te voeren

Kenmerken van goede feedback:

  • maak afspraken over dingen die besproken zullen worden
  • houd rekening met de gevoelens van de persoon
  • richt u in eerste instantie op de vaardigheden en niet op de persoon
  • geef een duidelijk beeld van de verlangde vaardigheid
  • geef praktische stappen aan
  • spreek positief en opbouwend
  • breng evenwicht aan in negatieve en positieve kanten en adviseer over constructieve actie
  • verifieer door vragen te stellen en laat dat samenvatten
  • stel een gezamenlijk plan op
  • vraag de persoon om eerst de eigen prestatie te evalueren
  • bied aan om te helpen daar waar nodig
Translate