Brandstapel

“ Respect voor het individu is de basis voor een goed functionerend nationaal team “.

Juul Franssen behaalde als individueel judoka een grote overwinning. Een overwinning op hen die een brandstapel voor haar hadden opgeworpen.

Juul heeft, volledig terecht gewonnen, en velen zullen daar van gaan profiteren.

Ja ‘profiteren’, want Juul heeft alleen de kastanjes uit het vuur gehaald, omdat anderen kennelijk zodanig geïntimideerd werden, dat zij zich verborgen hielden in de spelonken van Papendal.

De rechter gaf de bouwers van de brandstapel, Hell en Bonnes, nog vier weken de tijd om dit achterlijk, middeleeuws en wreed moordmiddel, uit de tijd van Jeanne d’Arc en Richelieu, af te breken. (Overigens heeft Calvijn, gepijnigd door vreselijke aambeienpijn ook heel wat onschuldige mensen op de brandstapel geslingerd.)

Gedwongen door het NOC en volledig verstoken van lef en eigen kracht bleef de brandstapel staan en de dreiging dat deze ‘hel’ zou gaan branden bleef nog vier weken bestaan.

(Onlangs profileerde een directeur van de JBN zich door enige frasen van een managementboek te citeren; hij had beter door kunnen lezen tot de hoofdstukken ‘Conflicthantering’, ‘Conflictproces’ en ‘Conflicthanteringsmodel’!)

Gelukkig is het recht niet in handen van Hell, Bonnes, van die man die halve managementboeken leest of andere dictatoriale bestuursleden van JBN en  NOC.

De rechter verbood dus het ontsteken van de brandstapel, waarop Juul, als mogelijk Jeanne d’Arc van de JBN en als angstaanjagend voorbeeld voor anderen, al was vastgebonden.

De rechter bepaalde, dat de rechten van de individuele judoka (en dus ook andere atleten) gerespecteerd dienden te worden. (Respect is overigens een van de kernwaarden in judo.)

De uitspraak van de rechter heeft gevolgen:

  • Juul Franssen kan zich met haar eigen begeleidingsteam gaan voorbereiden op haar terugkeer op de internationale wedstrijdmat, met hopelijk goede resultaten en uiteindelijk kwalificatie voor de Olympische Spelen in Tokio.
  • Andere judoka, ook zij die zich in de spelonken van Papendal verborgen hielden, kunnen zich door de inzet en het doorzettingsvermogen van Juul, individueel en naar eigen inzicht voorbereiden op de grote internationale wedstrijden.
  • Andere atleten, anders dan judoka, kunnen op basis van de uitspraak van de rechter, hun persoonlijke voorbereiding op internationale wedstrijden bijstellen of volledig veranderen.
  • Judoclubs kunnen en zullen weer gemotiveerd zijn om de opleiding en ontwikkeling van topjudoka serieus ter hand te nemen, ook omdat zij niet per definitie judoka ‘moeten afstaan’ of ‘verliezen’ aan de JBN.
  • Clubcoaches verkrijgen weer ‘de eerste relatie’ met de topjudoka van hun club en zullen daardoor geïnspireerd worden en zich gewaardeerd voelen.
  • Judoka weten nu ook, dat zij bijvoorbeeld in geval van blessure of terugval in resultaat, gebruik kunnen maken van de ‘warmte’ van hun eigen club.
  • De JBN zal faciliterend moeten zijn voor de judoka.
  • De JBN zal die facilitering op het hoogste niveau moeten brengen, zodanig dat de topjudoka het als onontbeerlijk en strikt noodzakelijk ervaren in de persoonlijke ontwikkeling als topjudoka en het behalen van resultaat. In dit geval is verplichting van deelname aan de nationale trainingen overbodig.

Niemand heeft in dit artikel gelezen, dat gezamenlijk trainen op het hoogste niveau (dat zou de nationale training moeten zijn) niet noodzakelijk en prestatie bevorderend zou zijn.

  • De JBN zal ruimte moeten geven voor ‘individuele projecten’ en de bondscoach zal deze projecten als een programmamanager (dat staat overigens ook beschreven in dat managementboek) de projecten moeten leiden.

Maar…….

  • Zal Juul Franssen, na al deze onwezenlijke inspanningen en overwinnen van door de JBN opgeworpen hindernissen, herstellen (en op tijd herstellen) om optimaal kunnen presteren op het WK in Boedapest, eind augustus/begin september?

En gaat de JBN zich verontschuldigen en haar extra ondersteunen?

Het lijkt mij heel goed!

  • En blijven dat bestuur en die technisch directeur nu op dat pluche plakken, met 1e klas reistickets en hotels op Europese- en Wereldkampioenschappen, en op Olympische Spelen?

Of neemt de bondsraad een voorbeeld aan het moedige gedrag van Juul Franssen en stuurt ze bestuur en technisch directeur, zonder eervolle vermelding of vetleren medaille, onmiddellijk naar huis?

Het lijkt mij heel goed!

Maar ja, ook die bondsraadsleden hebben weggekeken toen de brandstapel werd

Opgeworpen, moeten de hand in eigen boezem steken en zullen ook wel verstoken

zijn van lef en kracht om de noodzakelijke drastische maatregelen te nemen.

  • Nationale coaches moeten nu ook antwoord geven op de vraag of zij instaat en bereid zijn om optimaal faciliterend voor topjudoka kunnen werken. Ook zullen zij de competenties moeten hebben om te bouwen aan ‘facilitering op het hoogste niveau’ en dat kan ook betekenen, dat er opnieuw selectie moet plaatsvinden……

Kortom:

  • Mooie tijden breken aan; het is lente en dus tijd voor de grote schoonmaak. Maar ja, wie gaat dat doen. Het is als het schoonmaken van een vies zwembad: ‘degene die de stop eruit trekt verdwijnt meestal als eerst in het afvalputje”. De oplossing van het probleem staat ook weer beschreven in dat managementboek: een interim manager, die snel en doeltreffend reorganiseert. Een judoka met ervaring en opleiding in dit soort zaken is Anthony Wurth; hij zou gevraagd kunnen worden. Ja bondsraadsleden ‘gevraagd’ (desnoods op blote knieën), want maar weinig judoka, met de juiste competenties, staan te trappelen om deze schoonmaak uit te voeren.
  • De nationale training zal naar het hoogste niveau moeten worden gebracht, zodat topjudoka er de noodzaak van inzien.

De sfeer binnen die nationale training zal een functionele en op prestatiegerichte moeten zijn, zonder dat de invloed van een club of stroming bepalend is.

Judoka moeten vertrouwen hebben in de nationale coaches (waarbij het opwerpen van brandstapels, van wat voor vorm dan ook, onmogelijk moet zijn).

  • Juul Franssen moet per onmiddellijk benoemd worden tot lid van verdiensten van de JBN, want zij heeft op eigen kracht, met inzet van haar gehele persoon, met niet aflatende dynamiek zorg gedragen voor de strikt noodzakelijk innovatie.

Het is, volledig van harte, te hopen dat Juul geweldige resultaten gaat behalen, zodat ze na de Olympische Spelen in Tokio toch tevreden kan terugkijken naar haar judocarrière!

Naschrift

In dit artikel werd het woord ‘managementboek’ gebruikt; er wordt niet speciaal één boek bedoeld en over het algemeen is het geen opwindende literatuur.

Wel is het aan te raden om ‘Mind over Muscle’ te lezen, ook te verkrijgen in een uitstekende vertaling van Mitesco.

Het boek beschrijft onder meer ‘waardig strijden’ waarover hieronder een kort artikel.

Waardig strijden

Strijd wordt een waardige strijd als iedereen altijd het beste doel voor ogen heeft (“het ware, het goede en het schone”), als alle geestelijke en lichamelijke energie gebruikt wordt om het doel te bereiken en als iedereen zijn eigen balans en harmonie volkomen realiseert en daarmee de samenleving dient.

Waardig strijden betekent dat je jezelf beweegt op het hoogste niveau en het hoogste niveau is de vervolmaking van je eigen persoon met als hoogste doel de perfectie van de samenleving.

In Japan kent men het principe seiryoku zenyo jita kyoei (alle energie efficiënt inzetten voor het algemeen welzijn)  en als men leeft volgens dit principe dan is men voortdurend en bewust doende met het ontwikkelen van alle individuele vaardigheden zoals doelgerichtheid, deugdzaamheid, wilskracht, moed en meegaandheid (toegeeflijkheid) die worden ingezet voor het algemeen belang.

Jita kyoei (algemeen welzijn) kan worden gezien als het principe van evenwicht van de samenleving.

Seiryoku zenyo is de voeding

Waardig strijden.

Het meest effectieve gebruik van je mentale en fysieke energie, kan op alle aspecten van het leven worden toegepast. Men moet daarom goed kijken hoe men het principe kan toepassen op alles in het leven en men moet er ook naar gaan leven.

Intellectueel gezien moet in al ons strijden eerst worden vastgesteld wat het doel is dat we voor ogen hebben; voorzichtigheid, observatie, kracht om te overwegen, oordeel- en voorstellingsvermogen kunnen door het ontwikkelen en volgen van het principe worden aangewend. Als er geen helder doel is dan kan het principe niet in de praktijk worden gebracht.

In moreel opzicht zal er voorafgaand aan de strijd eerst verstandelijk moeten worden vastgesteld wat goed en kwaad is. Maar alleen kennis hebben van goed en kwaad is niet voldoende. Het getraind zijn in het goede willen en het kwade niet willen is een onderdeel van morele ontwikkeling. De wil en de gewoontes om goed te handelen worden door het toepassen van de principes getraind en voortdurend ontwikkeld. De training van goede gewoontes (rituelen) versterkt het goed handelen. De beste bedoelingen om het kwade te verwerpen kunnen mislukken als men niet de gewoonte heeft om zo te handelen.

Uit sociaal oogpunt hoeft er maar een persoon in een groep te zijn die zelfzuchtig handelt om een conflict te hebben en het toepassen van het principe is niet meer mogelijk. Daarom moet zelfzucht worden vermeden en men moet handelen op basis van wederzijdse hulp en toegeeflijkheid. Op die manier ontstaat harmonie en worden conflicten vermeden of op een natuurlijke wijze opgelost. Totale balans is een staat van zijn, die door het trainen van de principes, wordt getraind en wordt ontwikkeld.

Toepassing van het principe seryoku zenyo jita kyoei kan ook bij sociale interactie.  Woede, kwaadheid en haat vreten energie evenals teleurstelling, grieven en ruzies. Dit zijn dus geen gemoedstoestanden die in overeenstemming zijn met het principe. Het principe kan fundamenteel zijn bij het oplossen van allerlei, vooral morele, kwesties. De energie van woede en kwaadheid kan beter gebruikt worden om te bezien wat goed is en om voort te gaan op de weg.

Jezelf ieder dag leiden overeenkomstig het principe maakt het individu en de samenleving tot een harmonische eenheid. Eis daarom veel van jezelf en wees mild voor anderen

 “Als seiryoku zenyo en jita kyoei worden gerealiseerd, dan zal het sociale leven zich natuurlijk blijven ontwikkelen en vooruitgaan. En als leden van de samenleving kan iedereen bereiken waarop men hoopt.” (Professor Jigoro Kano (1860-1938) minister van onderwijs en cultuur en stichter van het Kodokan Judo.)

Doorgever: Willem Visser. Bronnen: “Mind over Muscle” en “Jigoro Kano and the Kodokan, an innovative response to modernisation”.

Translate